Bombardement Sint Jozef Palviljoen

BOMMEN OP HET SINT JOZEF PAVILJOEN

(26 NOVEMBER 1944)

Zeventien mensen kwamen om 

Gouda is via het spoor rechtstreeks verbonden met Rotterdam, ’s-Gravenhage, Alphen aan den Rijn, Amsterdam en Utrecht. Onder normale omstandigheden is deze rechtstreekse verbinding met de toonaangevende steden van ons land voor Gouda een pluspunt. Anders was dat in de Tweede Wereldoorlog. In 1941 en 1944 was het station en de spoorlijn enkele malen het doelwit van geallieerde bommenwerpers in een poging het vijandelijke treinverkeer te ontregelen. Van precisiebombardementen was in die jaren nog geen sprake. Vandaar dat het doel nogal eens werd gemist met als gevolg dat de burgerbevolking de rekening kreeg gepresenteerd. Dat was ook het geval op die mooie zondagmiddag in november 1944.

Bombardement

De Goudse zondagsrust werd op 26 november om 16.44 uur wreed verstoord door naar schatting veertien geallieerde vliegtuigen. Wederom vormden het strategisch gelegen station en het spoorwegemplacement het doelwit. Eerst werd geschoten met mitrailleurvuur en vervolgens werden bommen afgeworpen. Het station liep ernstige schade op, maar de spoorlijn bleef in tact. Enkele bommen troffen het rechterdeel van het Sint Jozef Paviljoen aan de Graaf Florisweg. Hierin was op dat moment een Kriegslazarett (Duits hospitaal van het Rode Kruis) gevestigd. De pensiongasten en bejaarden, die onder normale omstandigheden in het getroffen gedeelte verbleven, waren door de vordering van het gebouw ondergebracht op de Gouwe. De rector, moeder-overste, het verplegend en huishoudelijk personeel woonden er nog wel.

Rechterdeel van het St Jozef Paviljoen na het bombardement van 26 november 1944
Rechterdeel van het St Jozef Paviljoen na het bombardement van 26 november 1944

Slachtoffers

Een geweldige rook- en stofwolk steeg op na de bominslagen. Nadat het stof enigszins was gaan liggen, zagen de ontstelde wandelaars, die in allerijl de omliggende huizen waren binnengevlucht, als eerste drie gaten in het rechterdeel van het gebouw. Eén in het hoofdgebouw en twee in de vleugel. Omdat de bommen zo diep door het gebouw heen waren geslagen alvorens te ontploffen, liep de omgeving zo goed als geen schade op. In het ziekenhuis zelf waren de gevolgen echter rampzalig. Zeventien Nederlanders, allen verbonden aan het Sint Jozef Paviljoen, vonden de dood. Dit waren rector W.G.J. van der Voort, moeder-overste zuster Galgani (A.C.M. Maas), elf zusters (allen behorende tot de Congregatie van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph te Heerlen), de portierster, twee leerling-verpleegsters en de huisknecht. Of er ook Duitsers bij deze aanval zijn omgekomen, is nooit bekend gemaakt. Van eventuele gewonden, die er ongetwijfeld waren, ontbreekt elke informatie.

Bidprentje voor de moeder-overste en de zusters.
Bidprentje voor de moeder-overste en de zusters.
 

Begrafenis

Op donderdag 30 november 1944 werden de teruggevonden overledenen na een requiemmis in de Gouwekerk op de rooms-katholieke begraafplaats aan de Graaf Florisweg ter aarde besteld. De lichamen van twee vermiste zusters kwamen pas drie maanden later onder het puin tevoorschijn. Zij werden bij hun medezusters op de rooms-katholieke begraafplaats te ruste gelegd. Een eenvoudige steen met de namen van de omgekomen zusters, links van de kapel, herinnert aan het drama dat zich in november 1944 vlakbij de begraafplaats heeft voltrokken. Daarnaast zijn er nog een overlijdensadvertentie en een bidprentje bewaard gebleven. In 1950 is in de hal van het Sint Jozef Paviljoen een bronzen gedenkplaat aangebracht met de namen van de slachtoffers.

Grafsteen op de rooms-katholieke begraafplaats aan de Graaf Florisweg. Op de steen is foutief 28 november 1944 vermeld. Foto Nico J. Boerboom.
Grafsteen op de rooms-katholieke begraafplaats aan de Graaf Florisweg. Op de steen is foutief 28 november 1944 vermeld. Foto Nico J. Boerboom.

In Memoriam

Bij het bombardement zijn omgekomen:

  • Rector W.G.J van der Voort (* 1894 te Monster).
  • Moeder-overste Galgani, A.C.M. Maas (* 1898 te Rotterdam).
  • Zuster Fernanda, E.A.L.M.H. Goossens (* 1890 te Venlo).
  • Zuster Cherubina, M.J.J. Odenwald (* 1894 te Amsterdam).
  • Zuster Rixia, B.M. de Ruyter (* 1895 te Amsterdam).
  • Zuster Evermara, A.G. Willemsen (* 1903 te Duiven).
  • Zuster Christiano, A.Ch. Saris (* 1906 te Olst).
  • Zuster Graciliana, A.H.M. van Lier (* 1897 te Roggel).
  • Zuster Innocentio, A.M. van Tongeren (* 1911 te Warmond).
  • Zuster Margareto, G.A. Lisman (* 1916 te Zeist).
  • Zuster Remigio, E. Ooyevaar (* 1917 te Noord-Scharwoude).
  • Zuster Vivalda, J. Jasperse (* 1906 te Hoedekenskerke).
  • Zuster Zenobia, E. Jonk (* 1911 te Volendam).
  • L.M.Th. Stoffels, portierster (* 1908 te Rotterdam).
  • W. Vreeswijk, leerling-verpleegster (* 1921 te Gouda).
  • G.P.H. Pouw, leerling-verpleegster (* 1922 te Utrecht).
  • J.H. van Asten, huisknecht (* 1886 te Gouda).
Plaquette uit 1950 in de hal van het Sint Jozef Paviljoen. Foto Nico J. Boerboom.   
Plaquette uit 1950 in de hal van het Sint Jozef Paviljoen. Foto Nico J. Boerboom.
 

Wederopbouw

Na de bevrijding werden direct plannen gemaakt om het zwaar beschadigde paviljoen weer op te bouwen. In oktober 1945 ging aannemer A.M. de Korte met vijftig van zijn medewerkers aan de slag. Eerst werd het puin geruimd. Vervolgens gingen de twee nog overeind staande delen van vleugel tegen de vlakte. Het bouwmateriaal was schaars, dus alles wat kon worden hergebruikt, was meegenomen. Vandaar dat de bruikbare stenen werden afgebikt. Omdat de fundering was vernield, moest opnieuw worden geheid. De voorgevel werd met nieuwe stenen opgetrokken, waarbij de kleur aansloot bij het nog overeind staande deel. In totaal werden 60.000 nieuwe stenen gebruikt voor de buitenmuren van het hoofdgebouw en 120.000 oude afgebikte stenen voor de binnenmuren. Ook vloeren, deur- en raamkozijnen waren van oud hout gemaakt. Slechts in uitzonderlijke gevallen gebruikte de aannemer nieuw hout. Aansluitend vond de herbouw van de zijvleugel plaats.

Nico Habermehl

 

Verantwoording

Archivalia

Streekarchief Midden-Holland (SAMH), Dagrapport Politie Gouda, zondag 26 november 1944.

SAMH, Bidprentje voor de nagedachtenis van de omgekomen zusters, Collectie varia Midden-Holland 1944, inv.nr. 552.

 Kranten

Algemeen Dagblad (10 mei 2012).

Goudsche Courant (29 november, 1, 6 december 1944, 10 augustus 1946.

Nieuwe Zuid-Hollander (4 december 1950).

Literatuur

Dam, M.J. van (e.a.), Gouda in de Tweede Wereldoorlog (2e druk, Delft 2006) 231.

Fuchs, J.M., Een paviljoen in Gouda. Rooms-katholieke wezenverzorging en ziekenverpleging (Gouda 1979) 46-52.

_____________________________________________

AANVULLING:

Op 2 november 2014 ontvingen we op deze website het volgende bericht van voormalig Gouwenaar Cor Groenewegen. Hij woont thans in Canada en was tijdens de oorlog misdienaar in de kapel van het ziekenhuis. Zijn (vertaalde) relaas:

Na lezen van het hierboven gegeven verhaal kwamen bij mij heel wat herinneringen boven. In die periode was ik misdienaar en 16 jaar oud. Op de avond van het bombardement had ik samen met nog een andere jongen die zondag dienst als misdienaar van rector Van der Voort tijdens het lof (middagviering) om drie uur in de middag.

Na de dienst vroeg de rector aan ons om even mee te gaan naar zijn kamer voor een traktatie. Wij gingen mee en het bleek dat hij voor ieder van ons een snee krentenbrood had. Dat was (in de hongerwinter) werkelijk een traktatie en dat is geen grapje. We bleven even bij hem en bedankten hem ervoor. Toen we halverwege op weg naar huis waren hoorden we de vliegtuigen aankomen om hun bommen te laten vallen. We renden terug en zagen alleen maar een wolk stof in de lucht. We werden weggestuurd.

Wij dienden soms ook wel eens vroeg in de morgen een mis (in de ziekenhuiskapel) voor Duitse soldaten. Dat gebeurde stilletjes met de deuren gesloten. Toen deze Duitse priester ons daar zag staan, kwam hij huilend op ons af en vertelde hij dat een zuster (ik geloof dat het zuster Vivalda was, die altijd hielp bij de mis.) was omgekomen en dat ook onze rector Van der Voort was gedood.

Die dag, die tijd zal ik nooit meer vergeten. Het was ook de laatste dag dat ik als misdienaar diende.

Ik woon al vele jaren in Canada, maar wanneer ik maar iets lees over het land en de stad waar ik ben geboren en opgegroeid, dan komen vele herinneringen weer boven.

Cor Groenewegen

(vertaling Hans Suijs)

3 gedachten over “Bombardement Sint Jozef Palviljoen”

  1. Geachte Hr. / mevr.,
    Is het bekent of er op die dag, 26 nov.1944, Duitse soldaten omgekomen zijn die zich in de omgeving van het station of Sint jozef paviljoen bevonden.
    Met vriendelijk groeten, H.Rongen

  2. De onbedoelde slachtoffers van Gouda en Hawija
    Op 26 november 2019 lees ik einde middag op teletekst het berichtje dat onze Nederlandse premier toch geweten zou moeten hebben van burgerslachtoffers bij een bombardement door Nederlandse F16 vliegtuigen op 3 juni 2015 op een terroristisch doel in Irak. Dat doel was een IS wapenfabriek in Hawija. Bij de explosie die volgde werd kennelijk een complete woonwijk weggevaagd. Er kwamen liefst 70 burgers om het leven en het veranderde onder andere het leven van inwoner Alaa Qader en zijn gezin volledig. Z’n zoontje raakte halfblind, zijn vrouw gewond, hun huis en winkel werden verwoest. In een poging van de ‘goeden’ om de ‘kwaden’ te bestrijden, werden onschuldigen het slachtoffer. Als in zoveel gevallen, in zoveel jaren, op zoveel plekken in de wereld, in zoveel gewapende conflicten. Nevenschade noemen ze het, ook wel ‘collateral damage’. Onbedoelde schade die wordt toegebracht tijdens een aanval die tegen iets of iemand anders is gericht.

    Het is precies 75 jaar eerder, zondag 26 november 1944, bijna kwart voor vijf in de middag, als de dan 20-jarige leerling-verpleegkundige Nine Brugge vanuit haar verpleegstersappartementje het trappenhuis van het Sint Jozef Paviljoen ziekenhuis aan de Graaf Florisweg in Gouda binnenstapt. Het is oorlog in ons land. Buiten in de verte klinkt, zoals dat in die periode aan het einde van de oorlog vaker het geval is, het geluid van doffe explosies en mitrailleurvuur. ,,Ze zullen het spoor wel weer op de korrel hebben” denkt Nine nog hardop. De Britse Royal Airforce kiest het nabij gelegen station en het spoorwegemplacement met strategische waarde wel vaker als doelwit. Dan gaat plotseling met een doffe dreun het licht uit. Zowel letterlijk in het gebouw als bij Nine zelf. Een harde klap en alles wordt zwart voor haar ogen. Drie geallieerde bommen treffen het ziekenhuis. Of het elders in het ziekenhuis gevestigde Duitse veldhospitaal van het Rode Kruis doelwit was wordt nooit duidelijk. Als ze een uur later wordt aangesproken door bergingswerkers in de puinhopen van het rechterdeel van het complex, weet ze zich vrijwel niets meer te herinneren. Alleen het gevoel alsof ze met een lift razendsnel naar beneden is gezakt. Als door een wonder heeft ze het overleefd. Haar oren zijn nog wat doof, maar op een flinke snee in haar linker arm na is ze lichamelijk feitelijk ongedeerd.

    En door
    Nine heeft veel geluk, zeventien mensen, allemaal verbonden aan het Sint Jozef Paviljoen, vinden de dood. De rector, moeder-overste, elf kloosterzusters, de portierster, twee andere leerling-verpleegsters en de conciërge. Ze worden op 30 november op de Rooms-Katholieke begraafplaats aan de Graaf Florisweg in Gouda begraven. Nine, inmiddels dus dakloos geworden, wordt door haar jongere broer opgehaald en nota bene achterop de fiets rijdt ze 75 kilometer terug naar huis, naar Purmerend. Een aantekening op haar persoonsbewijs getuigt nog van de verhuizing. Thuis wordt ze liefdevol opgevangen, maar al vrij kort daarna begint ze in het Wilhelminagasthuis in Amsterdam aan het vervolg van haar opleiding. Het leven gaat door. Het eind van de oorlog nadert, er worden zowel jonge Duitse soldaten die roepen om hun moeder binnengebracht als geallieerde militairen die gewond zijn geraakt bij de bevrijding van Nederland. Nine en haar collega’s maken geen onderscheid, iedereen is slachtoffer van deze oorlog. Wie de bommen ook gooit of wie de wapens ook afvuurt, het maakt slachtoffers.

    Over toen
    Nine Brugge was mijn moeder. Ze leidde na de oorlog een lang en gelukkig bestaan met man en later kind, werkte als verpleegkundige, genoot van muziek en maakte samen manlief mooie reizen. Toen ze na haar pensionering samen naar het Brabantse Veghel verhuisde vanwege de aldaar wonende (klein)kinderen, kwamen er nog wel eens wat verhalen over toen, maar weinig over die bewuste dag in november 1944. Ze had haar traumatische ervaring na al die jaren wel een plaatsje kunnen geven. Hoewel, als er dan weer eens een vliegtuig van de naburige vliegbasis Volkel laag overkwam, kromp ze altijd een beetje ineen. Ze sprak dan: ,,Die rotdingen, ik zal er nooit aan kunnen wennen. Gek he?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.